homeenglish articles
karimi    agenda    tweede kamer    media    publicaties

groenlinks
United Civilians for Peace
Boek: Slagveld Afghanistan
Boek: Het Geheim van het Vuur


Farah Karimi, die onlangs haar carrière als politica voor GroenLinks beëindigde, bracht in 2000 voor het eerst een bezoek aan Afghanistan, De taliban waren nog aan de macht. Afghanistan was destijds een vrouwengevangenis. De enige vrouwen die op straat te zien waren, bedelden, met een armpje uitgestoken vanonder een boerka. Karimi keerde er de laatste jaren vier keer terug en kwam er steeds somberder vandaan.

Van die reizen, de ontwikkelingen in Afghanistan, en het politieke debat in Nederland doet ze verslag in dit boek. Ze spreekt met vrouwen, soms onder zulke rigide veiligheidsmaatregelen, dat het op ontmoetingen tussen spionnen lijkt, maar gaat ook het gesprek aan met krijgsheren. En als de gevreesde krijgsheer Ismal Khan haar maar kortaf te woord staat, spreekt ze hem streng toe, met effect. Ze reist lange stukken met een voormalige taliban door het land. Ze probeert de vrouwen in het parlement ertoe te bewegen meer samen te werken en hun oude loyaliteiten aan stam en etnische groep op zij te zetten.

Doordat ze Perzisch spreekt, een van de belangrijkste talen in het talen in het land, heeft ze veel meer toegang dan een willekeurig Kamerlid. En daarbij heeft ze een scherp opmerkingsvermogen. Als ze Nederlandse militairen een krantje verspreiden waarin staat beschreven wat de westerse landen doen, krijgt ze horen dat die gretig aftrek. Ze vraagt een paar Afghanen haar wat voor te lezen. Dat kunnen ze niet, maar ze hebben een heel andere bestemming voor de kranten. Ze branden zo lekker in de kachel. “Nog een keer bewijst Afghanistan dat er een groot verschil is tussen werkelijkheid en schijn.” Ook Karimi is somber over de ontwikkelingen, hoewel het in het noorden en westen van het landkarimi_middel niet zo slecht gaat. En de opsomming van problemen is inderdaad deprimerend: van corruptie en drugsproductie tot de terugkeer van de taliban en de ongebroken macht van de krijgsheren.

 

 

Opmerkelijk is hoe slecht president Hamid Karzai er af komt. Hoewel hij in het westen soms tot Mandela-achtige hoogte opgehemeld lijkt te worden, blijkt uit het boek van Karimi dat het een zwakke figuur is, die niet werkelijk doortastend is. Hooguit rouleert hij wat met posten van de krijgsheren en conservatieve kopstukken. Daarmee wordt het ook moeilijker voor Nederland om dat soort mensen te steunen. In Oeroezgan moet er dan ook grote druk op Karzai worden uitgeoefend om Jan Mohammed Khan, een bondgenoot van Karzai, weg te krijgen.

 

 

Karimi heeft voor dit boek oud-minister Jozias van Aartsen gesproken. Hij is opmerlijk openhartig. Leuk voor de 9/11 beweging is zijn opmerking dat het bewijs van de relatie tussen Osama Bin Laden en de kapers niet court proof is. Hij zegt wel onmiddellijk daarna dat hij nooit enige twijfel heeft gehad over de juistheid van de stelling. En hij bevestigt wat nu wel algemeen bekend, is, namelijk dat de Amerikanen geen plan hadden voor de toekomst van Afghanistan hadden. En zelfs de strijd tegen Al Qaida hebben ze laten versloffen, lazen we al eerder.

 

 

Er is dus alle reden om te twijfelen aan de strategie van de westerse bondgenoten, en daarmee ook vraagtekens te zetten bij de rol van Nederland. Maar Karimi slaagt er niet in een alternatief te ontwikkelen en ze geeft ook toe dat dat niet gemakkelijk is. Ze wil dat de militairen plaatsmaken voor hulpverleners. Maar hoewel dat in 2001 misschien nog een begaanbare weg was, is dat nu zeer de vraag. Het bouwen van scholen of welke vorm van ontwikkeling ook heeft geen zin als de kans groot is dat die scholen meteen worden vernietigd en de leraren worden vermoord. Een herhaling van de geschiedenis van al die futiele invasies ligt op de loer. Karimi knoopt aan haar een boek nog een conclusie vast: ‘de geloofwaardigheid van democratisch gekozen wereldleiders is definitief verloren gegaan.’ Dat is nogal wat, en misschien is het hier algemener uitgedrukt dan de bedoeling is. Dat Bush en Blair hebben gelogen om de oorlog in Irak te rechtvaardigen en dat er daarna geheime gevangenissen zijn gebouwd, is bekend. Maar betekenen deze leugens dat ook hun opvolgers niet te vertrouwen zullen zijn? Democratie zou toch een correctiemechanisme moeten zijn, ook voor leugenachtige leiders, hoewel dat tot dusver niet is gebleken.

 

http://www.boekenstrijd.nl/content/view/95/7/

 

Deze recensie is gepubliceerd in Het Parool op 23-11-2006.